Op de stoep van PLUS Frans Andriessen staat één opvallende elektrische bestelwagen met een hoge knuffelfactor. De Spijkstaal IONA, zo heet het type, is sinds vorig jaar mascotte van de winkel in Sprang-Capelle. Voor ondernemer Frans Andriessen is het niet slechts een voertuig maar versterkt het, het persoonlijke karakter dat zijn winkel onderscheidt van de andere formules. PLUS Frans Andriessen rijdt letterlijk het verschil de straat in met zijn groene Spijkstaal en een formule gebouwd op vers, lokaal en persoonlijk contact. “Wij concurreren niet op prijs, maar op verbinding.”
Klanten als visite
Binnenkomen bij PLUS Frans Andriessen moet vertrouwd zijn, alsof je ergens thuiskomt. Bij zijn team hamert hij erop: klanten zijn geen nummers, maar visite: “Onze winkel moet voelen als een warme jas.” Dat persoonlijke contact gaat ook mee de straat op. Dezelfde medewerkers die klanten vanuit de winkel kennen, bezorgen de boodschappen thuis. Soms zetten ze het zelfs in de koelkast bij oudere klanten. “Het hoort erbij. Wij willen dat klanten zich overal gezien voelen.”
E-commerce: van bijzaak naar kern
Frans spreekt uit ervaring. Tien jaar geleden was hij betrokken bij het e-commerce team van PLUS Retail, dat verantwoordelijk was voor de landelijke uitrol van online bestellen. “Daar keken we hoe je dit in de praktijk werkend maakt. Altijd met de vraag: wat heeft de klant eraan?”
Die ervaring maakt dat Frans de digitale klanten van zijn eigen winkel net zo serieus neemt als zijn fysieke. “De klant moet kunnen kiezen: komt-ie naar de winkel of laten we het bezorgen? Als je dat goed regelt, heb je een trouwe klant voor beide kanalen.”
Daarom gelooft hij niet in bezorging vanuit anonieme hubs, maar in het picken vanuit de winkel. “Onze mensen kennen de klanten. Ze kiezen de beste appels, het knapperigste brood. De klant legt zijn vertrouwen bij jou neer. Dan moet het ook goed zijn.” Bestellingen voor 11.00 uur liggen diezelfde middag bij de klant thuis, ingedeeld in overzichtelijke tijdsblokken. Met koelboxen en korte levertijden tussen winkel en klant, blijven producten vers en zijn geen dure koelwagens nodig.
Bezorgen rendeert nog niet helemaal. Maar Frans maakt een vergelijking die veel zegt over zijn toekomstvisie: “Vroeger verdiende je ook niks aan een sinaasappelpers in de supermarkt. Die nam ruimte in, kostte stroom, personeel en leverde niks op. Maar nu hoort hij er gewoon bij.” Zo gaat het ook met bezorgen, is zijn overtuiging. “Bezorgen gaat vanzelf een vaste waarde worden in het supermarktmodel. Maar dan moet je het wel goed doen: persoonlijk, vers en met vertrouwen.”
Een Spijkstaal op zicht besteld
Voor de bezorging gebruikt Frans een Spijkstaal IONA, een opvallende elektrische bezorgwagen die je niet snel over het hoofd ziet. De PLUS-ondernemer schafte de nieuwe bolide impulsief aan nadat zijn zwager hem attendeerde op de voordelen van het Nederlandse merk. “Ik heb hem in een halve minuut besteld,” zegt hij lachend. “Toen ik het wagentje zag, wist ik: dit is hem.”
De keuze was misschien impulsief, maar bleek strategisch slim. Een IONA kost aanzienlijk minder dan een grote bus en is volgens Frans beter geschikt voor smalle straatjes en jonge bestuurders. De wagen is stil, duurzaam, opvallend en praktisch. De IONA heeft 200 kilometer actieradius en ruimte voor 32 kratten. “Met een kleine auto kun je veel flexibeler rijden dan met een grote bus. En het past beter bij jonge bezorgers. Je rijdt toch in woonwijken.” Bovendien sluit het aan bij zijn duurzaamheidsvisie. “Je bent het aan jezelf verplicht om te verduurzamen waar je kunt.”
Vers als ankerpunt
Naast bezorging, zorgen investeringen in lokale en verse producten voor een stevige verankering in de toekomst. Een sprekend voorbeeld zijn de aardbeien. Die komen niet uit een distributiecentrum, maar uit de polder achter Sprang-Capelle. “Ze worden ’s ochtends geplukt en liggen ’s middags in de winkel,” vertelt Frans. “Als de kwaliteit niet goed is, slaan we een dag over. Dat kan alleen als je rechtstreeks met de teler belt.”
Een ander voorbeeld is de makerij in het hart van de winkel. Wat begon als proefdemonstraties van een oud-slager, groeide uit tot een volwaardige keuken waar dagelijks maaltijden worden bereid. “Het viel me op dat mensen die demo’s waardeerden omdat ze zo even niet hoefden te koken. Toen dacht ik: laten we dit structureel aanbieden,” legt Frans uit. Inmiddels produceert het team elke dag verse maaltijden, wraps en zelfs gebak. Alles wordt met liefde, op smaak en maat bereid. “We spelen in op lokale smaken. Stoofvlees in Limburg is zuur, bij ons is het zoet met appelstroop en ontbijtkoek. Dat krijg je niet uit een centrale keuken.” Ook de portiegrootte en samenstelling is afgestemd. Veel maaltijden hebben twee porties vlees, zodat oudere echtparen één maaltijd met elkaar kunnen delen. Frans: “We zien dat mensen er een soepje en een toetje bij nemen, precies genoeg voor een complete maaltijd.”
AGF met aandacht
Dezelfde zorgvuldigheid is terug te zien op de AGF-afdeling. Medewerkers worden getraind om kritisch te selecteren: geen beurse appels, geen slappe prei. Op maandagen is de afdeling extra druk dankzij de terugkerende dagactie fairtrade bananen voor 99 cent per kilo. “Daar springen mensen echt voor op de fiets. En ik vind ook eerlijk gezegd dat onze bananen de lekkerste zijn.” De vraag verschuift iets: meer gesneden groenten, gemak, voorgekookte krieltjes. Maar het traditionele segment blijft overeind, getuige de aardappelafdeling waar nog volumes liggen. “We zitten nog in een marktgebied waar mensen zelf willen koken. En dat zie je terug.”
Geen prijzenoorlog, wel eerlijk eten
Frans kijkt kritisch naar de branche die de focus op prijs blijft leggen en minder op kwaliteit. “In Nederland zijn we het gevoel voor productwaarde kwijtgeraakt. Sommige producten worden alleen in de aanbieding verkocht.”
Waar grote ketens inzetten op schaal, kiest hij voor nabijheid. Of het nu gaat om bezorgen met de Spijkstaal, aardbeien uit de polder of stamppot uit de makerij, het draait in PLUS Frans Andriessen om verbinding. “Een supermarkt is meer dan een plek waar je eten haalt,” besluit hij. “Je moet er binnenstappen en voelen: hier hoor ik thuis, in Sprang-Capelle, en nergens anders.” (ML)
De terugkeer van de SRV-wagen in modern jasje
Bezorgen aan huis lijkt nieuw, maar is het zeker niet. Het Nederlandse Spijkstaal ontwikkelde in 1955 de iconische SRV-wagen. Het bedrijf heeft een stevige basis in de bedrijfslogistiek en een sterke historie in de stadslogistiek. Nu er flinke uitdagingen voor ondernemers liggen op het gebied van elektrificatie ontwikkelden ze de IONA, een compacte betaalbare elektrische stadscaddy (vanaf 17.995 euro).
De IONA is ontwikkeld met het oog op de zero-emissiezones die de komende jaren in steeds meer binnensteden worden ingevoerd. “Met een laadvermogen van 600 kilo, een actieradius tot 200 kilometer en een maximumsnelheid van 80 km/u is de wagen ideaal voor supermarkten, verswinkels en horeca die in de regio bezorgen. Bovendien zijn de operationele kosten laag: een volle accu kost slechts zo’n 8 euro, met zonnepanelen thuis of op het dak van een bedrijf rijdt een eigenaar vaak gratis”, vertelt Stefan Peinemann van Spijkstaal. “De aanschafprijs ligt ver onder die van de bekende bestelauto’s van grote merken, bovendien kan de IONA volledig op maat worden ingericht.” Voor PLUS Frans Andriessen is de wagen speciaal ingericht op het vervoeren van supermarktkisten en is volledig bestickerd in PLUS Frans Andriessen huisstijl. “Zo past hij bij onze filosofie om dichtbij de klant te staan. Want net als de oude SRV-wagen komt hij letterlijk de straat in”, aldus Frans.
De keuze was misschien impulsief, maar bleek strategisch slim.